Les 41 – Pranayama: wervelkolomademhaling (“Spinal Breathing”)

Nieuwe lezers: het is aanbevolen dat je bij het begin van de lessen begint omdat eerdere lessen een voorwaarde zijn voor deze les. De eerste les is “Waarom deze uiteenzetting?”.

We gaan nu beginnen met een gevorderde pranayama oefening die wervelkolomademhaling heet (‘spinal breathing’). Het bevat verscheidene componenten en wordt gedaan direct vóór onze dagelijkse meditatie sessies. De meditatieprocedure zelf zal op geen enkele manier veranderen. Eerst doen we onze pranayama. Dan doen we onze meditatie.

Zit comfortabel met een steun in de rug, en sluit je ogen net als je doet als je mediteert. Terwijl je je mond dichthoudt, adem je langzaam in en uit, diep door de neus, maar niet tot in het extreme. Wees er ontspannen en relaxed bij, terwijl je zo langzaam en diep als mogelijk is ademhaalt zonder oncomfortabele gevoelens. Er is geen noodzaak de held uit te hangen. Gebruik je spieren zodat elke ademhaling in je buik begint en je opvult door de borst naar de top van je schouderbladen, en dan weer langzaam terugkomt. Vervolgens sta je je aandacht toe om met elke oprijzende inademing mee te gaan naar boven binnen in een dunne draad of kolom, die je visualiseert als beginnend bij je perineum, dan door het midden van de ruggengraat omhoog, en via de basis van je hersenen naar het centrum van je hoofd. Dan, op dit punt in het centrum van je hoofd maakt de kleine zenuwbaan een draai naar voren naar het punt tussen je wenkbrauwen. Met één langzame, diepe inademing laat je je aandacht geleidelijk meereizen binnen in de zenuwbaan van het stuitbeen helemaal tot het punt tussen de wenkbrauwen. Terwijl je daarna uitademt, keer je dit pad weer terug vanaf de wenkbrauwen helemaal terug naar het stuitbeentje. Dan kom je weer omhoog naar het punt tussen de wenkbrauwen met de volgende inademing, en terug naar het stuitbeentje met de volgende uitademing, enzovoort.

Begin deze wervelkolomademhalingsoefeningen gedurende vijf minuten te doen vóór je regelmatige meditaties. We staan niet op tussen pranayama en meditatie. Blijf gewoon zitten en begin met de meditatie zo gauw de vijf minuten om zijn. Neem een minuutje of zo voor je moeiteloos begint met de mantra, precies op de manier zoals daar eerder instructies voor gegeven werden. Als je eenmaal op je gemak bent met de routine van pranayama en meditatie, de een na de ander, kun je de tijd van de pranayama beoefening vermeerderen naar tien minuten. Je zult dan elke dag twee keer tien minuten pranayama en twintig minuten meditatie doen. Ga door met deze beoefening.

Na ongeveer een week, of wanneer je voelt dat je stabiel bent met de tien minuten pranayama vóór je meditatie, voeg je de volgende kenmerken toe: sta je strotklepje met elke uitademing toe om voldoende af te sluiten zodat er een kleine beperking is van de lucht die je longen verlaat. Het strotklepje (epiglottis) is de deur in je keel die automatisch de luchtpijp afsluit als je adem inhoudt of slikt. Door deze gedeeltelijk af te sluiten als je uitademt, zal er een licht sissend geluid ontstaan in je keel. Dit wordt “ujjayi” genoemd. Ga er ontspannen mee om. Forceer niets.

Houd het langzame, diepe ritme van ademhalen aan waar je aan gewend bent geraakt, terwijl je deze minimale beperking in de keel gedurende de uitademingen toevoegt. Sta je keel tijdens de inademingen toe te ontspannen en meer dan gebruikelijk te openen. Beperk de lucht die binnenkomt niet. Open het diepste deel van je keel eerder zo wijd mogelijk, maar hou het comfortabel. Verander het langzame, diepe ritme van je ademhaling niet dat je hebt gedaan. Houd je mond gesloten tijdens pranayama. Een uitzondering zou kunnen zijn als je neus verstopt zit en je er niet makkelijk door kunt ademhalen. In dat geval adem je door je mond.

Terwijl al deze mechanische handelingen in eerste instantie gecompliceerd kunnen lijken, is het enige wat je hoeft te doen bij pranayama de aandacht gemakkelijk te laten reizen naar boven en naar beneden binnen in de wervelkolomzenuwbaan samen met je automatische langzame diepe ademhaling. Als je je realiseert dat je aandacht weg geslipt is van deze gemakkelijke op-en-neer procedure van het “reizen” binnen de zenuwbaan tijdens de wervelkolomademhaling, keer je er gewoon gemakkelijk naar terug. Forceer niets, doe er niet gespannen over. We komen gewoon gemakkelijk terug naar de voorgeschreven route van aandacht in pranayama, net zoals we gemakkelijk terugkeren naar de mantra in meditatie.

Deze pranayama zal het zenuwstelsel kalmeren, en een vruchtbare bodem creëren voor diepe meditatie.  Met dit beginnen met wervelkolomademhaling, leggen we ook de basis voor latere oefeningen die er nog bij gaan komen en de stroom van prana in het lichaam enorm zullen vergroten. Als we de oefeningen die we tot nu toe geleerd hebben eenmaal gestabiliseerd hebben (dus als ze routine zijn geworden), zullen we er klaar voor zijn om te beginnen met het zachtjes doen ontwaken van de enorme opslagplaats van prana bij de basis van onze ruggengraat.

De guru is in je.